Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 mei 2003

Alinea 37 Parket bij de Hoge Raad 9 mei 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 mei 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF4606.

1.17 De Provincie heeft de vordering bestreden en onder meer aangevoerd dat [eiser] niet-ontvankelijk is wegens termijnoverschrijding. De vordering moet worden ingesteld binnen drie maanden na het bekend worden van het bedrog of de arglist, terwijl dit bij pleidooi voor de rechtbank op 16 juni 1997 aan het licht zou zijn gekomen en de dagvaarding is betekend op 17 maart 1998. Voorts heeft de Provincie bestreden dat van bedrog of arglist sprake is geweest; het moge zo zijn dat de hoofdingenieur-directeur de tweede overeenkomst - in de veronderstelling dat deze geen overeenkomst was - niet aan GS heeft voorgelegd, doch GS was wel geïnformeerd, eerst door [eiser] zelf en daarna door de hoofdingenieur-directeur, aldus de Provincie.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/baac8e7fe155bb09c0c4d850da6e2e18c41214bfed2606564bcb3a6c76523e0f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt baac8e7fe155bb09c0c4d850da6e2e18c41214bfed2606564bcb3a6c76523e0f, en de alinea staat in dat document op bytes 14148 tot 14899.