Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 mei 2003
Alinea 59 Parket bij de Hoge Raad 9 mei 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 mei 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF4606.
2.10 Dat [eiser] die mogelijkheid toen niet heeft beseft, ligt in het verlengde van zijn stelling dat hij zich toen niet volledig heeft gerealiseerd wat de gevolgen waren van de onthulling van de Provincie en hij dus, zo vat ik zijn stelling op, het bedrog nog niet had ontdekt (zie ook hierna onder 2. 22). Toen een en ander echter in het vonnis van de rechtbank van 19 december 1997 op schrift was gesteld, en de primaire vordering in het dictum was afgewezen, had hij van die afwijzing in appel moeten gaan en in een grief aan de orde moeten stellen dat de rechtbank de primaire vordering ten onrechte heeft afgewezen omdat ter zitting van 16 juni 1997 was gebleken van bedrog van de Provincie als gevolg waarvan de rechtbank niet meer gebonden was aan de eindbeslissingen van 20 juli 1990(11). Appel kan ook worden benut om (processuele) verzuimen in de vorige instantie te herstellen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/baac8e7fe155bb09c0c4d850da6e2e18c41214bfed2606564bcb3a6c76523e0f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt baac8e7fe155bb09c0c4d850da6e2e18c41214bfed2606564bcb3a6c76523e0f, en de alinea staat in dat document op bytes 21953 tot 22855.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/baac8e7fe155bb09c0c4d850da6e2e18c41214bfed2606564bcb3a6c76523e0f | shasum -a 256