Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 mei 2003

Alinea 64 Parket bij de Hoge Raad 9 mei 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 mei 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF4606.

2.14 Dit betekent dat [eiser] appel had kunnen en moeten instellen tegen het vonnis van de rechtbank van 17 december 1997 en dat deze omissie niet vatbaar is voor herstel door middel van het buitengewone rechtsmiddel van rekest-civiel(16). Het openbreken van de afgesloten normale procesgang via het buitengewone rechtsmiddel rekest-civiel heeft de wetgever ook slechts toegelaten, aldus Ten Kate, "indien het ingeroepen bedrog of arglist der wederpartij nà de uitspraak is ontdekt"(17). Een en ander volgt ook uit art. 382 aanhef en onder 1 Rv. (oud). Nu onder het oude recht een samenloop van appel en rekest-civiel niet mogelijk was - immers, dan is het vonnis niet in hoogste ressort gewezen - dient [eiser] niet-ontvankelijk te worden verklaard in zijn vordering tot rekest-civiel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/baac8e7fe155bb09c0c4d850da6e2e18c41214bfed2606564bcb3a6c76523e0f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt baac8e7fe155bb09c0c4d850da6e2e18c41214bfed2606564bcb3a6c76523e0f, en de alinea staat in dat document op bytes 25394 tot 26194.