Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 mei 2003
Alinea 77 Parket bij de Hoge Raad 9 mei 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 mei 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF4606.
2.21 In het onderhavige geval heeft [eiser] gesteld dat het bedrog niet tijdens het pleidooi in juni 1997, maar tijdens het doornemen van het uitvoerige tweede vonnis van de rechtbank van 17 december 1997 is ontdekt. Het besef van de opmerking ter zitting van 16 juni 1997 van mr. Van der Ham is eerst tot hem doorgedrongen toen hij het vonnis analyseerde. Hij heeft in dat verband gewezen op de omstandigheden dat de zaak die al bijna 20 jaar loopt, feitelijk en juridisch gecompliceerd is. [Eiser] besefte hierdoor pas na bestudering van het vonnis dat de uitlating van de Provincie niet alleen van belang was voor zijn meer subsidiaire vorderingen maar ook voor de primaire vorderingen(23).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/baac8e7fe155bb09c0c4d850da6e2e18c41214bfed2606564bcb3a6c76523e0f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt baac8e7fe155bb09c0c4d850da6e2e18c41214bfed2606564bcb3a6c76523e0f, en de alinea staat in dat document op bytes 30193 tot 30900.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/baac8e7fe155bb09c0c4d850da6e2e18c41214bfed2606564bcb3a6c76523e0f | shasum -a 256