Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 mei 2003

Alinea 79 Parket bij de Hoge Raad 9 mei 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 mei 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF4606.

2.22 Met inachtneming van hetgeen partijen over en weer hebben aangevoerd, ben ik op basis van de hiervoor weergegeven mening van Veegens en Ten Kate van oordeel dat [eiser] eerst na bestudering van het vonnis bekend is geworden met het bedrog in de zin van art. 387 Rv. (oud).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/baac8e7fe155bb09c0c4d850da6e2e18c41214bfed2606564bcb3a6c76523e0f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt baac8e7fe155bb09c0c4d850da6e2e18c41214bfed2606564bcb3a6c76523e0f, en de alinea staat in dat document op bytes 31033 tot 31324.