Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 mei 2003

Alinea 92 Parket bij de Hoge Raad 9 mei 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 mei 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF4606.

2.31 In rechtsoverweging 4.4.1 heeft het hof, terecht en in cassatie niet bestreden, tot uitgangspunt genomen dat een vordering tot vergoeding van immateriële schade naar huidig recht kan worden toegewezen indien de benadeelde in zijn persoon is aangetast in de zin van art. 6:106 BW en dat dit onder het hier toepasselijke, vóór 1 januari 1992 geldende recht niet anders was.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/baac8e7fe155bb09c0c4d850da6e2e18c41214bfed2606564bcb3a6c76523e0f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt baac8e7fe155bb09c0c4d850da6e2e18c41214bfed2606564bcb3a6c76523e0f, en de alinea staat in dat document op bytes 36181 tot 36574.