Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 mei 2003
Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 23 mei 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 mei 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF4610.
6.3. De rechtbank is van oordeel dat niet kan worden gezegd dat de Minister - door de toezending van de bouwopdracht in deze beleidsregel op te dragen aan degene die de opdracht heeft gegeven - hier de grenzen te buiten is gegaan van de hem toekomende ruimte voor interpretatie van een wettelijke regeling, zijnde in dit geval de Wet van 18 juni 1992 (Stb. 310) waarbij het bekostigingsstelsel op het basisonderwijs is ingevoerd. In deze wettelijke regeling is immers onderkend (zie de toelichtingen op artikel III en op artikel 69 WBO oud) dat het niet altijd de gemeenten zijn die de bouwopdracht naar de Minister dienen in te zenden, maar dat dit ook het bestuur van de onderwijsinstelling (het bevoegd gezag) kan zijn. Dit ligt ook voor de hand wanneer wordt bedacht dat het regelmatig voorkomt dat het bevoegd gezag de hierbedoelde bouwopdrachten geeft.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2f22d3c4995bb9dfce8a9b02e3c69511c0d9aa522b10577a8ff621aefa0698e6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2f22d3c4995bb9dfce8a9b02e3c69511c0d9aa522b10577a8ff621aefa0698e6, en de alinea staat in dat document op bytes 12641 tot 13512.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2f22d3c4995bb9dfce8a9b02e3c69511c0d9aa522b10577a8ff621aefa0698e6 | shasum -a 256