Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 mei 2003

Alinea 60 Parket bij de Hoge Raad 23 mei 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 mei 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF4610.

2.5. Noch de tekst van de wet van 18 juni 1992 noch de parlementaire geschiedenis ervan geeft uitsluitsel omtrent de vraag wie van beide - de gemeente of het bevoegd gezag van de bijzondere school - zorg behoort te dragen voor de (tijdige) inzending van het afschrift van de bouwopdracht. In "Uitleg", het mededelingenblad van het ministerie van O&W, is op 12 februari 1992 een samenvatting gegeven van het destijds bij de Tweede Kamer in behandeling zijnde wetsvoorstel. Volgens deze samenvatting hield het voorstel van wet in dat positieve huisvestingsbeschikkingen afgegeven in 1990 zullen vervallen op 1 juli 1992, tenzij wordt aangetoond dat de bouwopdracht vóór het verstrijken van genoemde datum is gegeven. De samenvatting vermeldt noch de termijn waarbinnen, noch de wijze waarop, noch door wie dit laatste zou moeten worden aangetoond; ook was het voorstel van wet toen nog niet aangenomen. In een als zodanig aangeduide "beleidsregel", op 13 mei 1992 gepubliceerd in "O en W-Regelingen" (nr. 12, een uitgave behorend bij het blad "Uitleg") en blijkens zijn tekst bestemd voor "de gemeenten en het bevoegd gezag van scholen voor basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs", zijn vooruitlopend op de inwerkingtreding van de wet alvast de belangrijkste veranderingen toegelicht. In rubriek 1.4 van deze uitgave werd de overgangsbepaling toegelicht, die als art. III zou worden opgenomen in de wet van 18 juni 1992. In deze toelichting werd verzocht het afschrift van de bouwopdracht zo spoedig mogelijk na het geven van de bouwopdracht aan de minister van O en W in te zenden en daarmee niet te wachten tot de wettelijke termijn bijna is afgelopen. Dit werd nodig geacht voor een goed inzicht in de financiële verplichtingen van het Rijk. Ook werd gewezen op het risico dat de inzending vergeten kan worden, in welk geval geen aanspraak meer bestaat op een Rijksvergoeding. Daarna volgt de passage die in het rechtbankvonnis voluit is geciteerd, die betrekking heeft op de vraag wie van beide voor de inzending van het afschrift van de bouwopdracht zou moeten zorgen: de gemeente of het bevoegd gezag. Het bij deze beleidsregel behorende Uitvoeringsformulier voorziet in beide mogelijkheden: het kan worden ingevuld door de gemeente of door het bevoegd gezag.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2f22d3c4995bb9dfce8a9b02e3c69511c0d9aa522b10577a8ff621aefa0698e6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2f22d3c4995bb9dfce8a9b02e3c69511c0d9aa522b10577a8ff621aefa0698e6, en de alinea staat in dat document op bytes 23372 tot 25666.