Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 mei 2003
Alinea 73 Parket bij de Hoge Raad 23 mei 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 mei 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF4610.
3.4. Het middel stelt een lastige vraag aan de orde. Artikel III legt naar zijn tekst inderdaad geen verplichting tot inzending op het bevoegd gezag van de school, net zo min trouwens als het artikel een verplichting tot inzending op de Gemeente legt. In art. III valt slechts te lezen dat de verleende goedkeuring van rechtswege vervalt indien niet vóór 1 september 1992 een afschrift van de bouwopdracht is ingezonden. Hier is sprake van het verschijnsel dat in de rechtsliteratuur pleegt te worden aangeduid met de Duitse term Obliegenheit(13). Deze term ziet op situaties, waarin iemand een bepaalde gedraging moet verrichten op straffe van verval of beperking van aan hem toekomende rechten of bevoegdheden. In zulke gevallen is er geen sprake van een rechtsplicht (de betrokkene kan rechtens niet ertoe gedwongen worden), maar wel van een sanctie (als hij het niet doet, schaadt hij zijn eigen belang).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2f22d3c4995bb9dfce8a9b02e3c69511c0d9aa522b10577a8ff621aefa0698e6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2f22d3c4995bb9dfce8a9b02e3c69511c0d9aa522b10577a8ff621aefa0698e6, en de alinea staat in dat document op bytes 31456 tot 32380.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2f22d3c4995bb9dfce8a9b02e3c69511c0d9aa522b10577a8ff621aefa0698e6 | shasum -a 256