Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 mei 2003
Alinea 74 Parket bij de Hoge Raad 23 mei 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 mei 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF4610.
3.5. De wezenlijke vraag is dus: tot wie richt zich de impliciete norm, dat het afschrift van de bouwopdracht tijdig aan de minister wordt ingezonden? In het voordeel van de Gemeente kan worden gezegd dat het bevoegd gezag van de school degene is die er belang bij heeft dat wordt voorkomen dat de huisvestingsbeschikking vervalt; de Gemeente is, oneerbiedig gezegd, een doorgeefluik met betrekking tot de financiering. Een praktisch argument in het voordeel van de Gemeente is dat degene die de bouwopdracht heeft verstrekt de meest aangewezene is om ervoor te zorgen dat een afschrift daarvan tijdig aan de minister wordt gezonden. Het hof heeft dit argument gebruikt. In deze lezing richt de geschonden norm (de eis van een tijdige inzending) zich dus tot het bevoegd gezag van de school.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2f22d3c4995bb9dfce8a9b02e3c69511c0d9aa522b10577a8ff621aefa0698e6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2f22d3c4995bb9dfce8a9b02e3c69511c0d9aa522b10577a8ff621aefa0698e6, en de alinea staat in dat document op bytes 32400 tot 33204.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2f22d3c4995bb9dfce8a9b02e3c69511c0d9aa522b10577a8ff621aefa0698e6 | shasum -a 256