Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 mei 2003

Alinea 83 Parket bij de Hoge Raad 23 mei 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 mei 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF4610.

3.14. Onderdeel 3 vloeit voort uit de voorgaande klachten. In de rov. 4.14-4.18 behandelt het hof het beroep van de Stichting op eigen schuld van de Gemeente. Het hof neemt in rov. 4.16 veronderstellenderwijs aan dat de Stichting (tijdig) een afschrift van de bouwopdracht aan de Gemeente heeft toegezonden. Volgens het hof zijn in dit geding geen feiten gesteld waaraan de Stichting het gerechtvaardigd vertrouwen heeft mogen ontlenen dat de Gemeente reeds had gezorgd voor de noodzakelijke (d.w.z.: tijdige) inzending van een afschrift van de bouwopdracht aan de minister. In het middelonderdeel wordt aangevoerd dat dit oordeel rechtens onjuist is omdat - wegens de in de onderdelen 1 en 2 aangegeven redenen - op de Stichting niet de verplichting rustte eigener beweging een afschrift van de bouwopdracht aan de minister te zenden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2f22d3c4995bb9dfce8a9b02e3c69511c0d9aa522b10577a8ff621aefa0698e6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2f22d3c4995bb9dfce8a9b02e3c69511c0d9aa522b10577a8ff621aefa0698e6, en de alinea staat in dat document op bytes 40875 tot 41724.