Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 mei 2003

Alinea 87 Parket bij de Hoge Raad 23 mei 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 mei 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF4610.

3.18. De Gemeente heeft aan haar vordering ten grondslag gelegd dat de Stichting de termijn van art. III heeft overschreden. In hoger beroep heeft de Stichting hiertegen ingebracht dat zij een afschrift van de bouwopdracht tijdens een bespreking op het ministerie in februari 1992 - derhalve ruim vóór 1 september 1992 - heeft overhandigd(17). Als het zó eenvoudig zou liggen als zo-even uiteengezet, dan is het oordeel van het hof inderdaad in strijd met de hoofdregel van art. 177 (oud) Rv te achten, althans niet toereikend gemotiveerd. Immers, wanneer de Gemeente stelt dat de Stichting een bij de wet gestelde termijn heeft overschreden en de Stichting die stelling betwist, onder aanvoering van het argument dat zij het vereiste afschrift reeds in februari 1992 aan het ministerie heeft doen toekomen, ligt het in beginsel op de weg van de Gemeente om haar betwiste stelling aan te tonen. De omstandigheid dat een verweerder niet volstaat met een blote ontkenning, doch zijn ontkenning onderbouwt met een bepaalde feitelijke stelling, betekent niet dat de bewijslast daarmee naar de verweerder verschuift(18).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2f22d3c4995bb9dfce8a9b02e3c69511c0d9aa522b10577a8ff621aefa0698e6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2f22d3c4995bb9dfce8a9b02e3c69511c0d9aa522b10577a8ff621aefa0698e6, en de alinea staat in dat document op bytes 43710 tot 44841.