Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 mei 2003
Alinea 89 Parket bij de Hoge Raad 23 mei 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 mei 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF4610.
3.20. In eerste aanleg en hoger beroep heeft de Gemeente dan ook het standpunt ingenomen dat in dit geding ervan uit moet worden gegaan dat de inzending van het afschrift van de bouwopdracht niet tijdig is geschied en dat te dien aanzien geen bewijslast op de Gemeente rust. Het hof heeft kennelijk bedoeld dat het onder deze omstandigheden - d.w.z. na de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak - op de weg van de Stichting ligt om aan te tonen dat het afschrift van de bouwopdracht wél tijdig aan de minister is toegezonden. Aldus verstaan, is het bestreden oordeel niet in strijd met art. 177 (oud) Rv, noch ontoereikend gemotiveerd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2f22d3c4995bb9dfce8a9b02e3c69511c0d9aa522b10577a8ff621aefa0698e6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2f22d3c4995bb9dfce8a9b02e3c69511c0d9aa522b10577a8ff621aefa0698e6, en de alinea staat in dat document op bytes 46315 tot 46971.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2f22d3c4995bb9dfce8a9b02e3c69511c0d9aa522b10577a8ff621aefa0698e6 | shasum -a 256