Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 mei 2003
Alinea 27 Parket bij de Hoge Raad 2 mei 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 mei 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF4613.
6) In het bestreden arrest is met juistheid tot uitgangspunt genomen dat voor de beoordeling of een overeenkomst als een huurovereenkomst moet worden gekwalificeerd, het er vooral op aankomt of de overeenkomst de ene partij verplicht tot het verschaffen van het genot, gedurende een zekere tijd, van een zaak; en of de andere partij zich tot een tegenprestatie verplicht (rov. 4.5). Zo wordt inderdaad naar geldend en naar komend recht de huurovereenkomst gekarakteriseerd(4). Als partijen een overeenkomst hebben gesloten die die eigenschappen vertoont, en die op verschaffing van het genot van woonruimte ziet (dat dat laatste in deze zaak het geval is, vormt geen onderwerp van geschil), is er "dus" een huurovereenkomst van woonruimte, met de daaraan door het dwingend recht verbonden rechtsgevolgen - ongeacht de andersluidende bedoelingen van de contractspartijen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d2ac42d50a0ae85bd8f8e713b8e6543fcadceecf284a8b1a18876447319059b6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d2ac42d50a0ae85bd8f8e713b8e6543fcadceecf284a8b1a18876447319059b6, en de alinea staat in dat document op bytes 10023 tot 10906.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d2ac42d50a0ae85bd8f8e713b8e6543fcadceecf284a8b1a18876447319059b6 | shasum -a 256