Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 mei 2003

Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 2 mei 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 mei 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF4613.

Ik meen dat een dergelijke klacht niet in het middel terug is te vinden. Ik ga er daarom betrekkelijk kort langs heen, dat de klacht inhoudelijk ongegrond zou zijn als die wèl in het middel had gestaan: de rechtbank heeft met recht in het bevoegdheidsincident(6) overwogen dat de bevoegdheid van de rechter - althans volgens de regels van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering zoals die toen van toepassing waren(7) - moet worden beoordeeld aan de hand van de door de eiser gestelde feiten en grondslagen voor zijn vordering, en dus niet aan de hand van (het oordeel van de rechter over) hoe de betreffende feiten c.q. grondslagen in werkelijkheid gekwalificeerd moeten worden. Bij dit - als gezegd: juiste - uitgangspunt, kan het oordeel van de rechter in een bevoegdheidsincident naar zijn aard niet beslissend zijn voor wat in de procedure ten gronde over de door partijen aangevoerde materie moet worden beslist. A fortiori kan dan niet aan het feit dat de in het bevoegdheidsincident in het ongelijk gestelde partij heeft berust, de gevolgtrekking worden verbonden dat die partij de grondslag voor de vordering (waarop het oordeel in het bevoegdheidsincident gebaseerd moest worden) als juist zou hebben erkend. De al-dan-niet juistheid van die grondslag was immers in het bevoegdheidsincident helemaal niet aan de orde, en de in dat incident gegeven beslissing had daarvoor dan ook geen betekenis(8).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d2ac42d50a0ae85bd8f8e713b8e6543fcadceecf284a8b1a18876447319059b6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d2ac42d50a0ae85bd8f8e713b8e6543fcadceecf284a8b1a18876447319059b6, en de alinea staat in dat document op bytes 13718 tot 15144.