Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 mei 2003

Alinea 51 Parket bij de Hoge Raad 2 mei 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 mei 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF4613.

2 Zo vanzelfsprekend, dat de literatuur over het onderwerp beperkt is. Zie echter Asser - Hartkamp 4-II, 2001, nrs. 246 e.v., en i.h.b. nr. 249; Parlementaire Geschiedenis Nieuw BW, boek 6, p. 922; Asser-Scholten, 1934, p. 30. Het is opmerkelijk dat, terwijl verhoudingsgewijs veel aandacht wordt besteed aan de (absolute of relatieve) nietigheid die het gevolg kan zijn van overeenkomsten of bedingen die met dwingend recht in botsing komen, een andere, dan wel verdere consequentie maar terloops ter sprake komt: namelijk dat het dwingende recht ertoe kan leiden dat de regel van dwingend recht komt te gelden in de plaats van wat partijen (in strijd daarmee) zijn overeengekomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d2ac42d50a0ae85bd8f8e713b8e6543fcadceecf284a8b1a18876447319059b6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d2ac42d50a0ae85bd8f8e713b8e6543fcadceecf284a8b1a18876447319059b6, en de alinea staat in dat document op bytes 23742 tot 24437.