Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 mei 2003

Alinea 59 Parket bij de Hoge Raad 2 mei 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 mei 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF4613.

9 Met dien verstande dat de partijen in de onderhavige zaak over een belangrijk gedeelte van het overeengekomen geldsbedrag, namelijk f 200.000,-, al bij het aangaan van de overeenkomst hadden beschikt, doordat [eiser] dat aan [verweerder] c.s. ter leen had verstrekt en er een rentevergoeding ten laste van [verweerder] c.s. was afgesproken. Deze nadere verbijzondering maakt echter voor de beoordeling van de geoorloofdheid van een tegenprestatie als de onderhavige (met het oog op de kwalificatie van de overeenkomst als huurovereenkomst) geen verschil: het blijft een alleszins relevante tegenprestatie, ook als partijen op een bepaalde manier in de aanwending daarvan hebben voorzien.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d2ac42d50a0ae85bd8f8e713b8e6543fcadceecf284a8b1a18876447319059b6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d2ac42d50a0ae85bd8f8e713b8e6543fcadceecf284a8b1a18876447319059b6, en de alinea staat in dat document op bytes 26729 tot 27432.