Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 april 2003

Alinea 66 Parket bij de Hoge Raad 25 april 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF4616.

'ter beantwoording van de vraag of aan voormeld vereiste (dat is: of voldaan is aan het vereiste dat het verhuurde krachtens de overeenkomst van huur en verhuur is bestemd voor de uitoefening van één van de in art. 1624 lid 2 genoemde bedrijven - toev. RD/YJ) is voldaan, in de eerste plaats moet worden bezien of de activiteiten van hoofdhuurder en onderhuurders gezamenlijk kunnen worden aangemerkt als het uitoefenen van een bedrijf dat, evenzeer als de bedrijven die in art. 1624 worden genoemd, wordt gekarakteriseerd door lokale goodwill en dat uit dien hoofde plaatsgebonden is, waarbij niet ter zake doet of steeds alle onderhuurders kunnen worden gezegd bedrijfsmatig op te treden.'(18)"

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/edcb811d73970c73965e76a48b7b9859b443315d2e92040082b56fcee4066918. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt edcb811d73970c73965e76a48b7b9859b443315d2e92040082b56fcee4066918, en de alinea staat in dat document op bytes 22107 tot 22818.