Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 april 2003

Alinea 68 Parket bij de Hoge Raad 25 april 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF4616.

Iets anders is, dat de rechtbank vervolgens had te beoordelen of art. 7A:1624 lid 2 BW van toepassing is, als het gehuurde wordt gebruikt (en krachtens overeenkomst van huur en verhuur bestemd is te worden gebruikt) voor uiteenlopende bedrijfsactiviteiten, waarvan sommige (zonder twijfel) wèl, en andere (zonder twijfel) niet binnen het bereik van de bepaling vallen. In die situatie geldt de bepaling van de tweede volzin van art. 7A:1624 lid 1 BW (over de gemengde overeenkomst) niet(19), zodat de regeling van de art. 7A:1624 e.v. BW niet a priori prevaleert en toepasselijkheid van die regeling slechts op grond van een nader criterium kan worden aangenomen. Rechtspraak en literatuur bieden echter geen steun aan de gedachte dat de toets van plaatsgebondenheid als zodanig zou kunnen dienen. Veeleer zijn er aanknopingspunten voor het door de rechtbank (in rov. 15) bedoelde criterium, dat het dan aankomt op de vraag welke van de betrokken activiteiten overheersen(20). Het onderdeel, dat van een andere rechtsopvatting uitgaat, kan niet tot cassatie leiden, ook niet voor zover het klaagt over de motivering van de bestreden uitspraak in het licht van de veronderstelde (doorslaggevende) betekenis van de plaatsgebondenheid van het bedrijf in een geval als het onderhavige.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/edcb811d73970c73965e76a48b7b9859b443315d2e92040082b56fcee4066918. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt edcb811d73970c73965e76a48b7b9859b443315d2e92040082b56fcee4066918, en de alinea staat in dat document op bytes 23507 tot 24802.