Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 mei 2003

Alinea 21 Parket bij de Hoge Raad 16 mei 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 mei 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF4621.

2.4.3 London Verzekeringen voert hiervoor aan dat volgens het arrest van de Hoge Raad van 8 juni 1993 (NJ 1994, 210) voor het antwoord op de vraag of een in de overeenkomst van verzekering vereist causaal verband aanwezig is, het in de eerste plaats aankomt op de inhoud en de strekking van die overeenkomst zelf en zo daarover geschil bestaat op de uitleg van die overeenkomst. Uit de aard en strekking van de brandverzekering volgt dat de causa proxima het causaliteitscriterium is; beslissend is de dichtstbijzijnde, directe en dominante oorzaak en niet de achterliggende adequate oorzaak (cva sub 6 en 7, cvd sub 6, pleitnotities mr Drion in prima sub 3 en 4). In beginsel biedt een brandverzekering geen dekking voor aanrijdingschade (cvd sub 5). De mate waarin regres kan worden genomen, wordt bepaald door het BBR dat dient te worden uitgelegd binnen de context van de brandverzekering. Dit brengt mee dat de aan het gebouw ontstane schade brandschade is in de zin van paragraaf 2 BBR en dat van aanrijdingschade in de zin van paragraaf 3 sub c BBR uitsluitend sprake is terzake van de schade die door de auto vóór de ontploffing/brand aan het gebouw is toegebracht (cva sub 9 en cvd sub 7 en 8).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a358e73417c5463487dc7292a1c6c04b23e721f6396ba67744e7f06d6be6ff16. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a358e73417c5463487dc7292a1c6c04b23e721f6396ba67744e7f06d6be6ff16, en de alinea staat in dat document op bytes 8727 tot 9945.