Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 april 2003

Alinea 36 Parket bij de Hoge Raad 25 april 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF4625.

11. Het komt er dan - men vergeve mij een enigszins onparlementaire formulering - op neer dat met de uitvoerige argumentatie die volgens [eiseres] "duidelijk zou maken" dat de vakman het octrooi in de door haar, [eiseres], voorgestane zin zou lezen, door het hof korte metten wordt gemaakt. Bronnenmateriaal dat volgens [eiseres] door de vakman slechts in de door haar voorgestane zin zou kunnen worden begrepen, wordt door het hof beoordeeld als volstrekt onvoldoende om die stelling te kunnen dragen: de betreffende vindplaatsen wijzen volgens het hof duidelijk (en soms: onmiskenbaar) het tegendeel uit van wat [eiseres] daarmee wil aantonen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d3be4266a2a6a572c58b623791ae1345ae216e5bc3a1209be4ad9e16a7039aad. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d3be4266a2a6a572c58b623791ae1345ae216e5bc3a1209be4ad9e16a7039aad, en de alinea staat in dat document op bytes 14087 tot 14745.