Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 april 2003
Alinea 37 Parket bij de Hoge Raad 25 april 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF4625.
12. In het licht van die - zoals al opgemerkt, uitvoerige en a prima facie ook alleszins plausibele - overwegingen van het hof lijkt mij het oordeel dat [eiseres'] (deskundigen-)bewijsaanbod onvoldoende gespecificeerd/gesubstantieerd dan wel niet ter zake dienend was, het tegendeel van onbegrijpelijk. Wie de rechter een reeks van argumenten heeft voorgehouden die volgens hem (dwz: volgens de betreffende procespartij) duidelijk zouden uitwijzen dat de vakman een octrooi in één bepaalde zin zal begrijpen heeft, als de rechter tot de bevinding komt dat de betreffende argumenten tot de tegengestelde conclusie (moeten) leiden, "iets uit te leggen". De specifiek voorgedragen argumenten zijn dan beoordeeld als - bepaaldelijk - onaannemelijk. Als deze procespartij niet nader kan aangeven waarom raadpleging van een deskundige desondanks tot andere uitkomsten zou kunnen leiden, kan ik de rechter die het betreffende aanbod als onvoldoende gesubstantieerd of niet terzake dienend aanmerkt, bepaald geen ongelijk geven(8).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d3be4266a2a6a572c58b623791ae1345ae216e5bc3a1209be4ad9e16a7039aad. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d3be4266a2a6a572c58b623791ae1345ae216e5bc3a1209be4ad9e16a7039aad, en de alinea staat in dat document op bytes 14765 tot 15803.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d3be4266a2a6a572c58b623791ae1345ae216e5bc3a1209be4ad9e16a7039aad | shasum -a 256