Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 april 2003
Alinea 45 Parket bij de Hoge Raad 25 april 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF4625.
3 Ik merk op dat onder het destijds geldende recht de mogelijkheid van het horen van een deskundige op verlangen van een partij, zoals thans in art. 200 Rv. voorzien, niet specifiek was geregeld. In de praktijk kwam echter voor dat partijen getuigenbewijs aanboden en vervolgens (partij)deskundigen als getuige voorbrachten (zie bijvoorbeeld Dijksterhuis-Wieten, Bewijsrecht in civiele procedures, 1998, p. 82). Men sprak in dit verband wel van getuige-deskundigen. In deze zaak heeft [eiseres] haar bewijsaanbod echter niet ingekleed als een aanbod van getuigenbewijs. Men kan zich trouwens afvragen of [eiseres'] bewijsaanbod niet, in essentie, de juridische waardering van het octrooi betrof, en daarmee een gegeven dat niet voor bewijslevering in feitelijke zin vatbaar is (HR 10 december 1993, NJ 1994, 192, rov. 3.4; zie ook het in voetnoot 8 hierna opgemerkte).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d3be4266a2a6a572c58b623791ae1345ae216e5bc3a1209be4ad9e16a7039aad. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d3be4266a2a6a572c58b623791ae1345ae216e5bc3a1209be4ad9e16a7039aad, en de alinea staat in dat document op bytes 17071 tot 17953.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d3be4266a2a6a572c58b623791ae1345ae216e5bc3a1209be4ad9e16a7039aad | shasum -a 256