Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 april 2003
Alinea 46 Parket bij de Hoge Raad 25 april 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF4625.
[Het feit dat een bewijsaanbod niet uitdrukkelijk naar getuigenbewijs verwijst, behoeft overigens niet te betekenen dat het geen (deugdelijk) aanbod van getuigenbewijs inhoudt, HR 6 april 2002, NJ 2002, 385 m.nt. HJS, rov. 3.6.1. Hoe een bewijsaanbod moet worden opgevat zal, behalve van de formulering van het bewijsaanbod zelf, van de verdere omstandigheden afhangen. In de onderhavige zaak meen ik, zoals ik al angaf, dat het bewijsaanbod op het thema dat in cassatie aan de orde wordt gesteld (nl. de vraag hoe de vakman het octrooi zal begrijpen) geredelijk kon worden verstaan als alleen betrekking hebbend op bewijs door deskundigen(bericht). Het cassatiemiddel gaat daar trouwens ook van uit.]
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d3be4266a2a6a572c58b623791ae1345ae216e5bc3a1209be4ad9e16a7039aad. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d3be4266a2a6a572c58b623791ae1345ae216e5bc3a1209be4ad9e16a7039aad, en de alinea staat in dat document op bytes 17961 tot 18676.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d3be4266a2a6a572c58b623791ae1345ae216e5bc3a1209be4ad9e16a7039aad | shasum -a 256