Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 september 2003

Alinea 91 Parket bij de Hoge Raad 5 september 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 september 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF4953.

6.10. Ik heb de indruk dat het College meent dat aldus een op te leggen boete op rechtens adequate wijze is aangekondigd. Die mening is echter, gelet op het bepaalde in art. 67k AWR, onjuist.(25) Van het voornemen een vergrijpboete op te leggen moet de inspecteur (te dezen: de Chef) de belastingplichtige in kennis stellen, onder vermelding van de gronden waarop het voornemen berust (lid 1). Een dergelijke kennisgeving moet naar haar aard aan de belastingplichtige in persoon worden gezonden; een advertentie in de krant volstaat niet. Daarbij komt dan nog dat de belastingplichtige in de gelegenheid moet worden gesteld de gronden te betwisten (lid 2); daaraan is evenmin voldaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a66e5307030e6ecf5ee357fcac5f68faff55d31d840cb79b53aa2f291a90218c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a66e5307030e6ecf5ee357fcac5f68faff55d31d840cb79b53aa2f291a90218c, en de alinea staat in dat document op bytes 28793 tot 29490.