Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2003
Alinea 24 Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5087.
6. Het eerste middel klaagt erover dat het Hof de bewezenverklaring mede heeft gegrond op de omstandigheid dat verzoeker geen bevredigende verklaring heeft gegeven voor het aangaan van de in de tenlastelegging bedoelde transactie. De steller van het middel meent dat het Hof daarmee de bewijslast op ontoelaatbare wijze heeft omgekeerd en op de schouders van verzoeker gelegd, waarmee de praesumptio innocentiae als bedoeld in artikel 6 EVRM is geschonden. Een tweede klacht die in het middel wordt geuit luidt dat het Hof door te overwegen dat sprake moet zijn van een bevredigende verklaring een onjuiste maatstaf heeft gebezigd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0197d022711e311a0247fb78174b3cd22251dab89d2fe9fc06be8ca2d4c9db54. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0197d022711e311a0247fb78174b3cd22251dab89d2fe9fc06be8ca2d4c9db54, en de alinea staat in dat document op bytes 12518 tot 13162.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0197d022711e311a0247fb78174b3cd22251dab89d2fe9fc06be8ca2d4c9db54 | shasum -a 256