Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2003

Alinea 25 Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5087.

7. De strafrechter heeft in beginsel de vrijheid om in zijn waardering van de bewijsmiddelen te betrekken dat de verdachte voor een daaruit af te leiden, voor het bewijs redengevende, omstandigheid geen verklaring heeft gegeven waardoor die omstandigheid haar redengevendheid verliest, vgl HR NJ 1997, 584. Ook de waarborgen die art. 6 EVRM een verdachte toekent verhinderen "in situations which clearly call for an explanation of the accused" de rechter niet voor het bewijs betekenis toe te kennen aan het achterwege blijven van zo een, aannemelijke, verklaring, vgl EHRM, NJ 1996, 725.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0197d022711e311a0247fb78174b3cd22251dab89d2fe9fc06be8ca2d4c9db54. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0197d022711e311a0247fb78174b3cd22251dab89d2fe9fc06be8ca2d4c9db54, en de alinea staat in dat document op bytes 13182 tot 13784.