Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2003

Alinea 26 Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5087.

8. De steller van het middel leidt uit deze beide uitspraken af dat aan het uitblijven van een redelijke verklaring voor belastende omstandigheden slechts betekenis voor het bewijs mag worden toegekend indien er overigens sprake is van een 'ronde zaak'. Dat zou in de uitspraak van het EHRM naar voren komen in de zinsnede: "the prosecutor must first establish a prima facie case against the accused, i.e. a case consisting of direct evidence which, if believed and combined with legitimate inferences based upon it, could lead a properly directed jury to be satisfied beyond reasonable doubt that each of the essential elements of the offence is proved". Wat de zo-even genoemde uitspraak van de Hoge Raad betreft zou dit volgen uit de overweging dat het moet gaan om een omstandigheid die op zichzelf of in samenhang met de verdere inhoud van de bewijsmiddelen redengevend voor het bewijs moet worden geacht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0197d022711e311a0247fb78174b3cd22251dab89d2fe9fc06be8ca2d4c9db54. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0197d022711e311a0247fb78174b3cd22251dab89d2fe9fc06be8ca2d4c9db54, en de alinea staat in dat document op bytes 13804 tot 14727.