Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2003

Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5087.

14. Daarom zal de rechter bij dit delict in het bijzonder bedacht moeten zijn op de mogelijkheid dat de verdachte als reden voor het bewerkstellingen van de desbetreffende effectentransactie slechts het beeld kan noemen dat hij zich van het fonds had gevormd door een eigen waardering van uiteenlopende (niet geheime) omstandigheden, en dat de verdachte de waarheid spreekt indien hij volhoudt dat het aangaan van de transactie niet werd ingegeven door kennisneming van een bepaalde bijzonderheid betreffende dat fonds.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0197d022711e311a0247fb78174b3cd22251dab89d2fe9fc06be8ca2d4c9db54. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0197d022711e311a0247fb78174b3cd22251dab89d2fe9fc06be8ca2d4c9db54, en de alinea staat in dat document op bytes 19380 tot 19912.