Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2003

Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5087.

15. Niettemin zal de rechter ook bij dit delict mogen vaststellen dat de omstandigheden waaronder een effectentransactie werd aangegaan de stellige indruk wekken dat de verdachte daarvoor een bijzondere aanleiding heeft gehad, en dat het buitengewoon onwaarschijnlijk is dat de verdachte die aanleiding niet zou kunnen noemen. Dergelijke omstandigheden kunnen er bijvoorbeeld in gelegen zijn dat de verdachte nog niet eerder een dergelijke effectentransactie was aangegaan, of dat hij bij het geven van de opdracht tot aankoop, uitgevoerd vlak voor het openbaar maken van koersgevoelige bijzonderheden, op snelheid heeft aangedrongen. Indien dergelijke omstandigheden zich hebben voorgedaan kan, dunkt mij, het achterwege blijven van een aannemelijke andere reden voor de transactie zeker bijdragen aan het oordeel dat de verdachte de transactie heeft bewerkstelligd terwijl hij bekend was met de (eerst nadien openbaar gemaakte) bijzonderheden betreffende het fonds.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0197d022711e311a0247fb78174b3cd22251dab89d2fe9fc06be8ca2d4c9db54. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0197d022711e311a0247fb78174b3cd22251dab89d2fe9fc06be8ca2d4c9db54, en de alinea staat in dat document op bytes 19932 tot 20912.