Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2003
Alinea 36 Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5087.
18. Gelet op die omstandigheden komt het mij allerminst onbegrijpelijk voor dat het Hof heeft meegewogen dat verzoeker geen bevredigende verklaring heeft kunnen geven voor een tegen hem sprekende omstandigheid. Dat lijkt mij te minder onbegrijpelijk te noemen aangezien het een omstandigheid betreft die naar voren komt in de lezing die verzoeker zelf gegeven heeft, namelijk dat hij wèl direct - en voor een aanzienlijk bedrag - investeerde in het kleine en onbekende fonds Pie Medical, maar nog moest nadenken over investeringen in andere fondsen die hem bij de bank werden aanbevolen. Het Hof kon oordelen dat dit niet verenigbaar is met verzoekers stelling dat hij al enige tijd de financiële berichtgeving in de kranten had bijgehouden, daar verzoeker met de daardoor opgebouwde kennis van zaken, ook zonder het lijstje van fondsen dat hij thuis zou hebben laten liggen, in staat zou zijn geweest ter plekke te beoordelen of hij wilde investeren in de andere hem bij de bank gesuggereerde fondsen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0197d022711e311a0247fb78174b3cd22251dab89d2fe9fc06be8ca2d4c9db54. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0197d022711e311a0247fb78174b3cd22251dab89d2fe9fc06be8ca2d4c9db54, en de alinea staat in dat document op bytes 22069 tot 23086.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0197d022711e311a0247fb78174b3cd22251dab89d2fe9fc06be8ca2d4c9db54 | shasum -a 256