Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2003

Alinea 55 Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5087.

32. Waarom het Hof in zijn waardering van de hier bedoelde omstandigheid een maatstaf zou hebben aangelegd die wellicht in het Amerikaanse, maar niet in het Nederlandse stelsel van strafrechtelijk bewijs past vermag ik niet in te zien. Ook naar Nederlands strafprocesrecht heeft de rechter de vrijheid om aan afgelegde verklaringen en andere, uit de stukken blijkende, omstandigheden de betekenis toe te kennen die hem de meest waarschijnlijke voorkomt. Deze waarderingsvrijheid vindt haar grens daar, waar een gevolgtrekking wordt bereikt die in het licht van hetgeen ter terechtzitting is verhandeld niet, of niet zonder nadere motivering, begrijpelijk is. Die grens is hier geenszins overschreden. Ik wijs er op dat verzoeker ter terechtzitting van 27 maart 2001 is geconfronteerd met een verklaring van een bankemployé die, in afwijking van hetgeen verzoeker heeft verklaard, heeft opgegeven dat verzoeker (aanvankelijk) per sé voor een bedrag van fl 100.000,= in Pie Medical wilde beleggen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0197d022711e311a0247fb78174b3cd22251dab89d2fe9fc06be8ca2d4c9db54. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0197d022711e311a0247fb78174b3cd22251dab89d2fe9fc06be8ca2d4c9db54, en de alinea staat in dat document op bytes 29628 tot 30638.