Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 april 2003

Alinea 20 Parket bij de Hoge Raad 8 april 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5094.

12. In HR NJ 2001, 352 is overwogen dat, ofschoon het de voorkeur verdient de beslissing op bewijsverweren waarvan weerlegging ingevolge de huidige rechtspraak wordt verlangd in het verkorte vonnis of arrest op te nemen, zulke bewijsverweren veelal zozeer in verband staan met de bewijsvoering in engere zin, dat een redelijke uitleg van het voorschrift dat het verkorte vonnis of arrest wordt aangevuld met de bewijsmiddelen als bedoeld in art. 359, eerste lid, Sv alsmede de redengevende feiten als bedoeld in art. 359, derde lid, Sv meebrengt dat nadere overwegingen omtrent het bewijs, zoals de verwerping van een verweer betreffende de rechtmatigheid van de bewijsgaring, desnoods voor het eerst in de aanvulling van het verkorte vonnis of arrest kunnen worden opgenomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b01eca8df530fb1cfcd830f3cecab222320832debc5a3c15fe3b4f8701d6d9a0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b01eca8df530fb1cfcd830f3cecab222320832debc5a3c15fe3b4f8701d6d9a0, en de alinea staat in dat document op bytes 7711 tot 8501.