Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 mei 2003

Alinea 34 Parket bij de Hoge Raad 23 mei 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 mei 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5099.

2.7 Naar het oordeel van de Rechtbank heeft [eiser] onvoldoende concrete feiten en omstandigheden gesteld waaruit overtuigend volgt dat [verweerders 1 t/m 4] hadden moeten begrijpen dat in hun groepsoptreden het gevaar school dat [eiser] door [verweerder 5] zou worden bestolen. Vervolgens bespreekt zij de stellingen van [eiser] die in haar ogen ontoereikend zijn (rov. 3.4).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cec3a767d20ddc640402bf4ab416f1dff8771392caaceabfe721d7852f6adb46. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cec3a767d20ddc640402bf4ab416f1dff8771392caaceabfe721d7852f6adb46, en de alinea staat in dat document op bytes 9788 tot 10177.