Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 mei 2003

Alinea 84 Parket bij de Hoge Raad 23 mei 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 mei 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5099.

5.11 Voor zover onderdeel 2.2.3 al voldoet aan de eisen van art. 407 lid 2 Rv. ziet het er aan voorbij dat het Hof (ten dele in het voetspoor van de Rechtbank) heeft geoordeeld dat zich in casu geen situatie voordoet waarin - in de bewoordingen van art. 6:166 BW - de kans op het aldus toebrengen van schade [verweerders 1, 4 en 2] had moeten weerhouden van hun gedragingen in groepsverband. Hierbij valt te bedenken dat in 's Hofs visie van enig groepshandelen geen sprake was, anders dan in de relatie [verweerders 5 en 3]. Het Hof baseert dat oordeel op een analyse van de feiten en omstandigheden die in eerste aanleg en in appèl zijn gepresenteerd. Dat oordeel is van feitelijke aard. Onbegrijpelijk is het niet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cec3a767d20ddc640402bf4ab416f1dff8771392caaceabfe721d7852f6adb46. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cec3a767d20ddc640402bf4ab416f1dff8771392caaceabfe721d7852f6adb46, en de alinea staat in dat document op bytes 21767 tot 22498.