Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2003

Alinea 118 Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5100.

Voor zover erover geklaagd wordt dat bij gebreke aan betaling van een licentievergoeding reeds daarom het verbod gegeven zou moeten worden, miskent het subonderdeel dat het in dit geding veeleer erover gaat of, hangende onenigheid over de verplichting tot licentieverlening resp. de hoogte van een licentievergoeding, een publicatieverbod met betrekking tot de genregegevens gerechtvaardigd is. Als ervan uitgegaan wordt - een oordeel waartoe het hof gekomen is - dat er een licentie moet worden verleend, dan kan een verbod zolang geen overeenstemming over een licentievergoeding bestaat, resp. zolang de hoogte daarvan niet door de NMa is vastgesteld, resp. zolang de vaststelling niet definitief is in die zin dat daartegen geen rechtsmiddel meer open staat, allicht als een te vergaande maatregel worden beschouwd. De aanspraken op de betaling van de licentievergoeding c.q. schadevergoeding kunnen, met rente, immers worden gereserveerd. Nadat de hoogte van de vergoeding is komen vast te staan kan alsnog betaling worden gevorderd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4d1cffa87d00e57bc5a4d1f11508cc717cdec6924f75cb99ed1b167f8f93782d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4d1cffa87d00e57bc5a4d1f11508cc717cdec6924f75cb99ed1b167f8f93782d, en de alinea staat in dat document op bytes 37284 tot 38335.