Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2003

Alinea 165 Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5100.

4.27. Ik onderken natuurlijk dat, ook indien van een evidente misslag geen sprake is, nog steeds de mogelijkheid bestaat dat het College van Beroep voor het Bedrijfsleven in hoger beroep alsnog de uitspraak van Rb. Rotterdam zal vernietigen. Die mogelijkheid doet er m.i. evenwel niet aan af dat in een kortgedingzaak als deze, de kortgedingrechter zich (behoudens evidente misslag) zich dient te oriënteren op het oordeel van de bodemrechter in de nauw verwante procedure. En die mogelijkheid van een ander (eind)oordeel van het CBB vormt ook geen (wezenlijke) verkorting van rechten van de NOS c.s. In zodanig geval is immers de voor de hand liggende weg voor de NOS c.s. om een nieuw - ceteris paribus succesvol - kort geding tegen De Telegraaf aan te spannen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4d1cffa87d00e57bc5a4d1f11508cc717cdec6924f75cb99ed1b167f8f93782d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4d1cffa87d00e57bc5a4d1f11508cc717cdec6924f75cb99ed1b167f8f93782d, en de alinea staat in dat document op bytes 56566 tot 57344.