Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2003
Alinea 226 Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5100.
'De ondergetekenden kunnen niet geheel met de verscheidene leden (...) instemmen, dat gelet op de onderscheiden beslissingen van de Hoge Raad, er in dit wetsontwerp geen enkele materiële uitbreiding van het auteursrecht plaats zou hebben. Weliswaar is de hoofdstrekking van artikel 22, dat er een rechtsvermoeden wordt gecreëerd, waartegen een tegenbewijs wordt toegelaten - dus uitsluitend een processuele wijziging - maar het object van bescherming is, vergeleken met de interpretatie van artikel 10, lid 1, sub 1e van de Auteurswet 1912 in de rechtspraak een weinig uitgebreid. De Hoge Raad achtte tot dusverre geschriften zonder eigen of persoonlijk karakter alleen dan voor bescherming vatbaar, als zij waren openbaar gemaakt of voor openbaarmaking bestemd. Volgens het wetsontwerp worden nu echter geschriften inhoudende radio- of televisieprogramma-opgaven ook beschermd, als zij (nog) niet zijn openbaar gemaakt of daartoe bestemd.'
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4d1cffa87d00e57bc5a4d1f11508cc717cdec6924f75cb99ed1b167f8f93782d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4d1cffa87d00e57bc5a4d1f11508cc717cdec6924f75cb99ed1b167f8f93782d, en de alinea staat in dat document op bytes 81771 tot 82726.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4d1cffa87d00e57bc5a4d1f11508cc717cdec6924f75cb99ed1b167f8f93782d | shasum -a 256