Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2003

Alinea 36 Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5100.

1.11. Ik gaf hierboven aan dat het mij dienstig voorkomt dat de Hoge Raad de vrijheid heeft de Rotterdamse uitspraak des geraden in zijn overwegingen te betrekken. Of de Hoge Raad onder de eerder geschetste omstandigheden zonder meer de vrijheid daartoe meent te hebben, moet ik aan de Hoge Raad overlaten. Meent de Hoge Raad dat dit niet het geval zou zijn, dan moge ik de Hoge Raad in overweging geven om bij tussenarrest partijen in de gelegenheid te stellen om nader uiteen te zetten welke consequenties de uitspraak van de rechtbank Rotterdam naar hun mening heeft voor de onderhavige procedure.(10)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4d1cffa87d00e57bc5a4d1f11508cc717cdec6924f75cb99ed1b167f8f93782d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4d1cffa87d00e57bc5a4d1f11508cc717cdec6924f75cb99ed1b167f8f93782d, en de alinea staat in dat document op bytes 11761 tot 12379.