Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2003

Alinea 377 Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5100.

4.86. Dit gezegd zijnde, meen ik dat dit eerste subonderdeel van onderdeel II, als het al niet afstuit op zijn tardieve karakter, bij gebrek aan belang niet tot cassatie kan leiden. Voor het stellen van prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie der EG bestaat in dit kortgeding m.i. onvoldoende aanleiding.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4d1cffa87d00e57bc5a4d1f11508cc717cdec6924f75cb99ed1b167f8f93782d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4d1cffa87d00e57bc5a4d1f11508cc717cdec6924f75cb99ed1b167f8f93782d, en de alinea staat in dat document op bytes 136137 tot 136461.