Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 april 2003

Alinea 22 Parket bij de Hoge Raad 25 april 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5102.

"5.1. Appellante stelt in haar beroepschrift dat zij in beroep komt omdat zij, op grond van de diverse getuigenverklaringen en verklaringen van deskundigen, van mening is dat niet bewezen kan worden verklaard dat er ten tijde van de huwelijkssluiting op 26 maart 1992 sprake was van enige geestesstoornis bij haar echtgenoot, wijlen [betrokkene 1]. Voorzover in deze stelling een grief tegen de bestreden beschikking kan worden gelezen, acht het hof deze onvoldoende onderbouwd, nu appellante nalaat daarin aan te geven op welke gronden zij de uitvoerige overwegingen van de rechtbank omtrent de bewijslevering aantastbaar en onjuist acht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dc5924298508ffc9c789b41c4a32af7018ac7b8ef474b2ef9735d505fdf024f5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dc5924298508ffc9c789b41c4a32af7018ac7b8ef474b2ef9735d505fdf024f5, en de alinea staat in dat document op bytes 9110 tot 9762.