Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 april 2003

Alinea 108 Parket bij de Hoge Raad 15 april 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5257.

5 Vgl. HR 27 februari 2001, N7 2001, 499 en HR 12 november 2002, 02407/O1, LJN: AE9028. In die zaken was er sprake van een wending in de rechtspraak van de Hoge Raad waarmee de verdediging niet bekend kon zijn. De Hoge Raad beoordeelde toen het cassatieberoep aan de hand van de maatstaven die golden voordat deze niet voorziene wending werd gemaakt. In het onderhavige geval zou dat kunnen betekenen dat de benadeelde partijen niet kan worden tegengeworpen dat zij geen rekening hebben gehouden met de nieuwe eisen van het shockschadearrest. Wél hebben zij zich beroepen op de laatstbekende rechtspraak over deze materie van het hof zelf.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5c8fbb4adc6481dc308407ffca8a1f552f663f4fc8cbad60f13f118070b46418. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5c8fbb4adc6481dc308407ffca8a1f552f663f4fc8cbad60f13f118070b46418, en de alinea staat in dat document op bytes 61196 tot 61849.