Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 april 2003
Alinea 19 Parket bij de Hoge Raad 15 april 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5257.
7. In het strafproces kan degene die schade heeft geleden door een strafbaar feit slechts dan in zijn vordering worden ontvangen indien sprake is van "rechtstreekse schade" in de zin van het bepaalde in artikel 51a, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering. De wetsgeschiedenis (kamerstukken II 1989-1990, 21345, nr. 3, blz. 11) houdt ten aanzien van dit artikellid onder meer het volgende in: "Van rechtstreekse schade is sprake indien iemand is getroffen in een belang dat door de overtreden strafbepaling wordt beschermd. In het algemeen beschermen strafbepalingen niet het belang van rechtsopvolgers noch dat van derde belanghebbenden, zodat doorgaans alleen het slachtoffer zelf zich als benadeelde partij kan voegen in het strafproces". De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 10 juni 1997, NJ 1998, 54 -voor zover van belang- overwogen: "Nu de vordering van de benadeelde partij" (de moeder van het slachtoffer) "pro se strekt tot vergoeding van de ten gevolge van het onder 2 tenlastegelegde en bewezenverklaarde feit" (poging tot doodslag) "geleden schade terwijl dat feit enkel een jegens het slachtoffer gepleegd feit inhoudt en [de benadeelde partij] derhalve (onderstreping hof) niet is getroffen in enig belang dat door de met dat feit overtreden strafbepaling wordt beschermd, geeft 's hofs oordeel dat de benadeelde partij pro se (...) als rechtstreeks gevolg van het onder 2 bewezenverklaarde handelen materiële schade heeft geleden, blijk van een onjuiste rechtsopvatting omtrent het begrip rechtstreekse schade lijden als bedoeld in het eerste lid van artikel 51a van het Wetboek van Strafvordering". De moeder van het slachtoffer was derhalve in de zienswijze van de Hoge Raad niet getroffen in enig belang dat door de met het begane strafbare feit overtreden strafbepaling (art. 287 jo. art. 45 van het Wetboek van Strafrecht) wordt beschermd zodat geen sprake was van "rechtstreekse schade" in de zin van voornoemde wetsbepaling. Ook een strafbepaling als zware mishandeling de dood tengevolge hebbend beoogt slechts bescherming te bieden aan het slachtoffer zelf. Zij beschermt niet tevens het belang, hoe groot ook, van ouders dat hun kind in leven blijft. Nabestaanden van personen die het slachtoffer zijn geworden van een strafbaar feit kunnen zich dus enkel in beperkte mate met succes voegen als benadeelde partij, omdat strafbepalingen in het algemeen niet het belang van rechtsopvolgers noch dat van derde belanghebbenden beschermen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5c8fbb4adc6481dc308407ffca8a1f552f663f4fc8cbad60f13f118070b46418. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5c8fbb4adc6481dc308407ffca8a1f552f663f4fc8cbad60f13f118070b46418, en de alinea staat in dat document op bytes 11185 tot 13667.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5c8fbb4adc6481dc308407ffca8a1f552f663f4fc8cbad60f13f118070b46418 | shasum -a 256