Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 april 2003
Alinea 20 Parket bij de Hoge Raad 15 april 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5257.
8. Uit het wettelijk systeem zoals neergelegd in de artikelen 6:108 en 106 lid aanhef en sub b BW vloeit voort dat de enkele aanwezigheid van affectieschade (dat wil zeggen het verdriet van de ouder om het overlijden van het kind, hoe invoelbaar en belastend dit voor die ouder ook moge zijn) geen recht geeft op vergoeding van immateriële schade. Heeft het delict dat de dood van het kind heeft veroorzaakt echter tevens tot aantoonbaar geestelijk letsel(1) en daaruit voortvloeiend leed bij de ouder geleid, dan heeft de ouder in beginsel wel recht op vergoeding van de materiële en immateriële schade die hij als gevolg van het - aldus veroorzaakte - geestelijk letsel lijdt. Er is alsdan sprake van zogenaamde shock- ofwel schrikschade.(2) In zijn noot onder het shockschadearrest schrijft Vranken dat shockschade geestelijk letsel vormt dat iemand oploopt als gevolg van een schokkende gebeurtenis, waarbij de shock dermate ernstig is dat deze leidt tot een aantasting van de gezondheid in de vorm van een psychiatrisch erkend ziektebeeld. Voldoende schokkend kan zijn de confrontatie met de afschuwelijke gevolgen van andermans daad.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5c8fbb4adc6481dc308407ffca8a1f552f663f4fc8cbad60f13f118070b46418. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5c8fbb4adc6481dc308407ffca8a1f552f663f4fc8cbad60f13f118070b46418, en de alinea staat in dat document op bytes 13687 tot 14842.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5c8fbb4adc6481dc308407ffca8a1f552f663f4fc8cbad60f13f118070b46418 | shasum -a 256