Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 april 2003

Alinea 24 Parket bij de Hoge Raad 15 april 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5257.

12. Had het hof ter beantwoording van de vraag of zich ten aanzien van de ouders van [slachtoffer 2], los van de door het overlijden van [slachtoffer 2] door hen geleden affectieschade, daadwerkelijk shockschade heeft voorgedaan, en of derhalve in juridische zin sprake is geweest van een jegens de ouders van [slachtoffer 2] gepleegde onrechtmatige daad, de ouders alsnog in de gelegenheid behoren te stellen om, voor zover mogelijk aan de hand van bescheiden zoals brieven van eventuele behandelaars aan hun huisarts, nadere informatie te verschaffen over eventuele psychische klachten die zij na het overlijden van [slachtoffer 2] hebben gehad en over eventuele behandeling die zij in verband daarmee hebben ondergaan, nu de benadeelde partijen en hun raadsman niet bekend konden zijn met de voorwaarden die in HR 22-02-2002, NJ 2002, 240 zijn gegeven? Het komt er dus op neer of het hof tot het oordeel is kunnen komen dat het onderzoek volledig is geweest en dat er geen grond was voor toepassing van art. 346 Sv.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5c8fbb4adc6481dc308407ffca8a1f552f663f4fc8cbad60f13f118070b46418. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5c8fbb4adc6481dc308407ffca8a1f552f663f4fc8cbad60f13f118070b46418, en de alinea staat in dat document op bytes 19381 tot 20412.