Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 april 2003

Alinea 25 Parket bij de Hoge Raad 15 april 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5257.

Een beroep op art. 346 Sv wordt wel gedaan als na het sluiten van het onderzoek ter terechtzitting en vóór de uitspraak bekend wordt dat de verdachte alsnog een verklaring wil afleggen of bij de behandeling aanwezig had willen zijn. In het algemeen is de rechter niet scheutig met toepassing van art. 346 Sv. De beslissing dat het niet noodzakelijk is gebruik te maken van de in art. 346 Sv gegeven bevoegdheid is aan de rechter voorbehouden. De Hoge Raad controleert slechts of de beslissing toereikend is gemotiveerd.(3) Wanneer die motivering onbegrijpelijk is bestaat er aanleiding voor vernietiging.(4)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5c8fbb4adc6481dc308407ffca8a1f552f663f4fc8cbad60f13f118070b46418. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5c8fbb4adc6481dc308407ffca8a1f552f663f4fc8cbad60f13f118070b46418, en de alinea staat in dat document op bytes 20420 tot 21043.