Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 april 2003
Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 15 april 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5257.
[Betrokkene 3] is als wettelijk vertegenwoordiger in burgerlijke zaken van zijn zoon [slachtoffer 1], zijnde de persoon ten aanzien van wie het feit is begaan terwijl deze de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt, terzake van het feit klachtgerechtigd. De aangifte en klacht zijn door [betrokkene 3] gedaan op 22 september 2000. De klacht is gedaan ten overstaan van een hulpofficier van justitie. Het feit dateert van 30 mei 1999. Uit de verklaring van [betrokkene 3], zoals op 10 mei 2001 tegenover de rechter-commissaris afgelegd, blijkt dat hij op 30 mei 1999 van zijn zoon [slachtoffer 1] heeft vernomen dat deze op die dag door een onbekende man seksueel was lastig gevallen zoals in de tenlastelegging bedoeld. Uit de verklaring van [betrokkene 3], zoals opgenomen in het door hem als politie-ambtenaar op 12 juli 2000 opgemaakte proces-verbaal van politie, alsmede uit diens verklaring, zoals op 10 mei 2001 tegenover de rechter-commissaris afgelegd, blijkt voorts dat zijn zoon [slachtoffer 1] op 12 juli 2000 vorenbedoelde onbekende man weer was tegengekomen, dat [slachtoffer 1] hem die man toen had aangewezen, dat hij die man vervolgens had aangesproken, dat die man hem toen had opgegeven [verdachte] (de verdachte) te zijn en dat deze bekend had dat hij op 30 mei 1999 [slachtoffer 1] op de Lepelaarsingel te Vlaardingen achterna was gefietst en hem had gevraagd of hij f 50,- wilde verdienen door hem te trekken. Voorts vernam [betrokkene 3] toen van de verdachte dat hij ongecontroleerde opwellingen en drang tot het verleiden van kinderen had, dat hij soms zelfs niet wist wat hij met de kinderen deed en dat hij daarvoor onder behandeling van het Riagg was geweest. [Betrokkene 3] verklaart dat hij daaruit begreep dat de verdachte hulp nodig had in verband met diens neigingen. Het hof leidt uit de verklaringen van [betrokkene 3] voorts af dat hij niet eerder dan op 22 september 2000 tot het doen van aangifte en klacht is overgegaan met het oog op de belangen van zijn zoon [slachtoffer 1] met betrekking tot de verwerking van het delict, maar dat hij daartoe uiteindelijk heeft besloten nadat hij uit de mededelingen van de verdachte begrepen had dat de verdachte een gevaar voor kinderen vormde, waardoor justitieel ingrijpen geboden was. Op grond van een en ander oordeelt het hof dat [betrokkene 3] eerst op 12 juli 2000 -bij gelegenheid van zijn ontmoeting met de verdachte- op de hoogte is geraakt van alle omstandigheden die voor zijn beslissing omtrent het indienen van zijn klacht van belang waren. Aldus wordt de klachttermijn geacht eerst te zijn aangevangen de dag na 12 juli 2000, zodat de op 22 september 2000 gedateerde klacht ingediend is binnen de daarvoor bij de wet voorziene termijn."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5c8fbb4adc6481dc308407ffca8a1f552f663f4fc8cbad60f13f118070b46418. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5c8fbb4adc6481dc308407ffca8a1f552f663f4fc8cbad60f13f118070b46418, en de alinea staat in dat document op bytes 23697 tot 26449.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5c8fbb4adc6481dc308407ffca8a1f552f663f4fc8cbad60f13f118070b46418 | shasum -a 256