Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 april 2003

Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 15 april 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5257.

16. Voorzover de raadsman stelt dat het niet waarschijnlijk is dat [slachtoffer 1] zelf een klacht zou hebben ingediend, overweegt het hof dat uit de verklaringen die [slachtoffer 1] tegenover de politie en de rechter-commissaris heeft afgelegd, niet kan worden afgeleid dat hij zelf geen vervolging van de verdachte wenst. Tegenover de rechter-commissaris heeft [betrokkene 3] verklaard dat hij na overleg met zijn zoon [slachtoffer 1] besloten heeft om aangifte te doen en dat [slachtoffer 1] dat goed vond. [Slachtoffer 1] heeft zich bovendien in eerste aanleg als benadeelde partij in het strafproces tegen de verdachte gevoegd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5c8fbb4adc6481dc308407ffca8a1f552f663f4fc8cbad60f13f118070b46418. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5c8fbb4adc6481dc308407ffca8a1f552f663f4fc8cbad60f13f118070b46418, en de alinea staat in dat document op bytes 26487 tot 27132.