Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 april 2003

Alinea 48 Parket bij de Hoge Raad 15 april 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5257.

25. Het middel mist feitelijke grondslag. Het hof heeft immers de verklaringen van [slachtoffer 3] over het uiterlijk van de dader niet voor het bewijs gebezigd. Het hof heeft het bewijs doen steunen op de inhoud van de in de bijlage bij het verkort arrest opgenomen bewijsmiddelen. In die aanvulling zijn verklaringen van [slachtoffer 3] opgenomen (nrs. 14 t/m 17), maar geen enkele van die verklaringen rept van een signalement van de dader. Verdachte is niet door [slachtoffer 3] als dader geïdentificeerd. Het bewijs van het daderschap van verdachte wordt in toereikende mate geleverd door de inhoud der in de aanvulling opgenomen wettige bewijsmiddelen. Dat er buiten de (inhoud der) bewijsmiddelen waarop de bewezenverklaring steunt nog ander materiaal is dat haaks staat op de bewezenverklaring of daarmee minder goed te rijmen is, is een situatie die iemand die vertrouwd is met de gang van zaken in een strafzaak niet vreemd zal voorkomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5c8fbb4adc6481dc308407ffca8a1f552f663f4fc8cbad60f13f118070b46418. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5c8fbb4adc6481dc308407ffca8a1f552f663f4fc8cbad60f13f118070b46418, en de alinea staat in dat document op bytes 36249 tot 37211.