Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 april 2003
Alinea 81 Parket bij de Hoge Raad 15 april 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5257.
35. De stelling waarop het middel berust, namelijk dat de verdediging niet het recht mag worden ontzegd om met behulp van deskundigen de betrouwbaarheid van verklaringen van de verdachte te belichten, is kennelijk gebaseerd op art. 6 EVRM. Die bepaling noopt evenwel niet tot een onbeperkt honoreren van alle verzoeken die de verdediging voorlegt. Tevergeefs wordt een beroep gedaan op HR NJ 1998, 748 - bedoeld zal zijn HR NJ 1998, 798 - aangezien het in die zaak, anders dan in de onderhavige zaak, om de betrouwbaarheid ging van een onder hypnose afgelegde getuigenverklaring waarvan de Hoge Raad heeft geoordeeld dat een dergelijke verklaring bewijskracht moet worden ontzegd, niet meer en niet minder.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5c8fbb4adc6481dc308407ffca8a1f552f663f4fc8cbad60f13f118070b46418. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5c8fbb4adc6481dc308407ffca8a1f552f663f4fc8cbad60f13f118070b46418, en de alinea staat in dat document op bytes 48569 tot 49288.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5c8fbb4adc6481dc308407ffca8a1f552f663f4fc8cbad60f13f118070b46418 | shasum -a 256